Navigate Up
Sign In
Leiden University

Proefschriften in voorbereiding

 

Liesbeth Defrenne

Engelse vluchtelingen in de Zuidelijke Nederlanden

(nadere informatie volgt)

 

Frédéric Duquenne

L'élite urbaine de Douai dans son environnement politique du règne de Philippe II à la conquête française 

f.duquenne@wanadoo.fr

Thèse de doctorat d'histoire sous la direction de Philippe GUIGNET, Université Charles de Gaulle-Lille 3, inscription: octobre 2005

Résumé: 

A travers l’étude de la ville de Douai, il s’agit de mieux comprendre les relations entre une élite dirigeante locale et son environnement national - ou plutôt étatique - et régional à une époque où l’Etat moderne s’affirme en Europe sous des formes différentes. L’étude des interactions entre les différents pouvoirs sera au cœur de cette recherche. Afin de mieux les comprendre une place importante sera faite à la connaissance sociologique de l’élite dirigeante.

L’intérêt de l’exemple douaisien réside pour partie dans l’originalité de la situation des Pays-Bas espagnols, espace où l’Etat a dû composé avec de fortes entités locales. La recherche s’étendra du règne de Philippe II, époque où la prépondérance espagnole est affirmée à celui de Philippe IV quand la puissance espagnole connaît des revers majeurs face à la France avec notamment la perte de l’Artois. La succession de Philippe IV en 1667 correspond au passage à la souveraineté française.

Les sources utilisées seront en priorité celles des Archives Municipales de Douai, ainsi que celles des Archives Départementales du Nord et celles des Archives Générales du Royaume de Belgique.

 

Birgit Houben / Dries Raeymaekers

Wisselende gedaanten. Hof en hofhouding in de Habsburgse Nederlanden, 1598-1647


Dra. Birgit Houben (Universiteit Gent) - Birgit.Houben@UGent.be 

Drs. Dries Raeymaekers (Universiteit Antwerpen)  - dries.raeymaekers@ua.ac.be

Het project wordt gefinancierd door het F.W.O.-Vlaanderen
 
Korte omschrijving van het project:
Eind jaren ‘80 is de hofhouding – waaronder de beperktere staf van medewerkers wordt verstaan die persoonlijke diensten leveren aan de vorst – in de late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd opnieuw volop onder de aandacht van het historisch onderzoek gekomen. Een generatie van voornamelijk Angelsaksische historici heeft aangetoond dat de hofhouding, zeker tot aan het midden van de zeventiende eeuw, erg zwaar op de politieke besluitvorming woog. Hierbij blijken de ‘toegang’ tot de vorst en het al dan niet behoren tot zijn ‘entourage’ sleutelbegrippen. Leden van de hofhouding hadden immers regelmatig en vanzelfsprekend contact met de vorst of  landvoogd. Wie alleen maar tot het ruimere hof behoorde – en daaronder wordt verstaan de totaliteit van de bestuurlijke en persoonlijke omkadering van de vorst, dus met inbegrip van o.m. de leden van de centrale regeringsraden – kon enkel op occasionele ontmoetingen speculeren. In een politiek bestel waarin negotiatie en reciprociteit wezenlijke kenmerken vormden, maakte dat een groot strategisch verschil. Fundamentele inzichten m.b.t. de hofhouding als machtscentrum in een bepaald vorstendom, blijken slechts mogelijk op basis van een grondige kennis van de concrete samenstelling van de hofstaat. In recente studies over de vorstelijke hofhouding wordt daarom veel aandacht besteed aan prosopografie en netwerk-analyse.
 
In het onderzoek ter zake in binnen- en buitenland, bleef de Brusselse hofhouding echter bijna altijd uit het blikveld. Nochtans biedt de Brusselse casus, en dan vooral voor wat betreft de eerste helft van de zeventiende eeuw, een unieke invalshoek. Nergens anders treft men immers een hof aan dat binnen het bestek van enkele decennia achtereenvolgens de residentie vormde van soevereine vorsten, van landvoogden van den bloede, en van interimaire gouverneurs-generaal. Een blik op de beschikbare literatuur m.b.t. het thema leert dat men het tot op heden veeleer moet stellen met punctuele bijdragen over bepaalde facetten van het hof en de hofhouding in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Een grondige studie, waarin de politieke en tot op zekere hoogte ook de sociale betekenis van de Brusselse hofhouding in deze periode wordt geanalyseerd, en die meteen ook de aanzet kan vormen tot verder onderzoek (o.m. intellectuele geschiedenis, kunstgeschiedenis, etc.), werd tot op heden niet ondernomen, en dat is precies de doelstelling van dit project. Een gedegen inzicht in het relatieve politieke gewicht van deze drie soorten hoven (soeverein, landvoogdelijk en interimair) zou niet alleen ons begrip van de politieke ontwikkelingen in de Habsburgse Nederlanden aanzienlijk verhogen, maar ook een geheel nieuwe dimensie toevoegen aan onze kennis van de rol en de betekenis van Europese hoven in het algemeen.
 
Het uitgangspunt van dit project is een benadering van het Brusselse hof vanuit drie referentieperiodes. Ze zijn zo gekozen opdat de drie statuten – soeverein, landvoogdelijk en interimair – in het onderzoek aan bod zouden komen. In concreto bestudeert drs. Dries Raeymaekers (Universiteit Antwerpen) de hofhouding van de soevereine aartshertogen Albrecht en Isabella (1598–1621), terwijl dra. Birgit Houben (Universiteit Gent) zich concentreert op de hofhouding van Isabella als gouvernante na het overlijden van Albrecht in 1621; daarnaast zal zij aandacht besteden aan het (minder belangrijke) hof van de landvoogd van den bloede, de kardinaal-infant Ferdinand van Oostenrijk (1634–1641) en van interimaris don Francisco de Melo (1641–1644).

 

Anne-Laure Van Bruaene

Universiteit Gent, postdoctoraal onderzoeker FWO

Stedelijke gemeenschap onder hoogspanning: een onderzoek naar de sociale relaties en de politieke cultuur tijdens de Gentse ‘Calvinistische Republiek’ (1577-1584)

In de Zuidelijke Nederlanden konden de calvinisten slechts zeer kortstondig enkele steden (zoals Antwerpen, Gent, Brussel, Brugge en Mechelen) controleren en een officiële positie verwerven (1577-1585). Hoewel de calvinisten in deze steden numeriek in de minderheid bleven, kwam er in vergelijking met het Noorden evenwel heel snel een sterke samenwerking met de stadsbesturen. Het religieus meest compromisloze en politiek meest ambitieuze calvinistische regime was dat in Gent (1577-1584), geleid door het tweespan Jan van Hembyze en François de la Kethulle, heer van Rijhove. Het is verbazend dat deze intrigerende en complexe casus tot nu toe nog niet het voorwerp is geweest van een diepgaande studie.

Dit onderzoek wil in deze leemte voorzien. De bedoeling is echter niet zozeer de calvinisering van een grote Vlaamse stad in kaart te brengen, dan wel een genuanceerd antwoord te geven op de vraag welke impact deze calvinisering had op de sociale relaties in de stad en op de stedelijke identiteit zoals deze zich sinds de late middeleeuwen had ontwikkeld. De Gentse Calvinistische Republiek werd door uiteenlopende motieven bijeengehouden: het verlangen om van Gent een volledig calvinistische stad te maken (een tweede Genève), maar ook de wens om de middeleeuwse privileges in ere te herstellen en Vlaanderen onder Gentse dominantie te brengen zoals ten tijde van Jacob van Artevelde (1338-1345). Dat leidt tot een eerste paradox: de wil om radicaal te breken met de religieuze tradities ging gepaard met een sterk politiek historisch bewustzijn gevoed door een lange voorgeschiedenis van opstandigheid. Een tweede paradox is die van het sociale draagvlak van het calvinistische regime. Steeds wordt benadrukt dat de Calvinistische Republieken in de eerste plaats steunden op de ambachten. De sociale middengroepen werden echter tegelijkertijd verenigd en verdeeld door het militante calvinisme en de revolutionaire stemming. Deze twee paradoxen staan in verband met wat als een van de grootste uitdagingen van de Reformatie in een stedelijke context kan worden beschouwd: de herdefiniëring van de stedelijke gemeenschap, zowel in termen van sociale relaties als van politieke cultuur. Het onderzoek spitst zich daarom toe op twee complementaire vraagstellingen: hoe gingen de verschillende gilden, broederschappen en ambachten om met de religieuze veranderingen, en hoe probeerde het calvinistische stadsbestuur in een religieus verdeelde stad het concept van gemeenschap opnieuw in te vullen?


 
 
 
 

 

Last Modified: 15-4-2010 13:26