Navigate Up
Sign In
Leiden University

 

Promoties

Chronologisch overzicht van proefschriften die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de Tachtigjarige Oorlog. 

Proefschriften in voorbereiding

Femke Deen

Femke Deen, Moorddam. Publiek debat en propaganda in Amsterdam tijdens de Nederlandse Opstand (1566-1578)

Aula van de Universiteit van Amsterdam, 13.00 uur.
4 juli 2012
Uitnodiging

Liesbeth Geudeke

Liesbeth Geudeke, De classis Edam, 1572-1650. Opbouw van een nieuwe kerk in een verdeelde samenleving

Aula Vrije Universiteit, 12.45 uur.
31 oktober 2008

In 1527 werd de Monnickendamse Wendelmoet Claesdr. verbrand omdat ze zich fel afzette tegen katholieke geloofsopvattingen. In 1648 werd Claes Boon verbannen uit Edam, nadat hij alle gereformeerden naar de hel had verwenst. In de jaren tussen deze beide vonnissen zijn de religieuze verhoudingen in Holland en dus ook in de classis Edam grondig gewijzigd. Het verloop van dit proces staat centraal in het proefschrift van Liesbeth Geudeke.
Binnen de gereformeerde kerkelijke organisatie vormt de classis – bijeenkomst van verschillende gemeenten binnen een bepaald gebied – de schakel tussen de lokale kerkenraden en de synode. Het belang van die positie werd al door de vroegste nationale synodale vergaderingen benadrukt. Het is steeds de classis aan wie het toezicht op en de controle over de gemeenten werd opgedragen en daarom vormt de classis het uitgangspunt voor deze studie van Liesbeth Geudeke.

Geudeke koos voor de classis Edam omdat voor deze classis goed bronnenmateriaal beschikbaar is én omdat Waterland vanouds een middelpunt van doopsgezinde activiteit was. De wisselwerking tussen de verschillende, elkaar beconcurrerende religieuze stromingen kon zo worden onderzocht vanuit het perspectief van de classis, aangevuld met informatie uit de lokale archieven van Edam, Monnickendam en Purmerend. Deze bronnen geven een boeiende inkijk in de manier waarop de gereformeerde voormannen en hun geloofsgenoten zich inzetten voor de opbouw van een nieuwe kerk in een verdeelde samenleving. Zij leren dat de classicale organisatie, meestal in de rug gesteund door de synodale vergaderingen, hierbij een belangrijke rol vervulde, met name door de inzet en zorg voor de predikanten en de onderlinge eenheid.
 

Liesbeth Geevers

Liesbeth Geevers, Gevallen vazallen. De integratie van Oranje, Egmont en Horn in de Spaans-Habsburgse monarchie (1559 – 1567)

Universiteit van Amsterdam
24 oktober 2008
Agnietenkapel
Oudezijds Voorburgwal 231

In de periode voor de Nederlandse Opstand (1559-1567) vond een fatale breuk plaats tussen Filips II, landsheer en koning van Spanje, en zijn drie belangrijkste vazallen: Oranje, Egmont en Horn. Toch waren er in deze jaren veel contacten tussen enerzijds de drie heren en anderzijds hovelingen van Filips gericht op het smeden van hechte banden tussen ‘Brussel' en ‘Madrid'. Liesbeth Geevers onderzocht deze contacten. Ze bekeek wie contact zocht met wie en welke doelstellingen beide groepen hadden. Waarom waren deze contacten onvoldoende om een goede relatie tussen vorst en vazallen in stand te houden? Geevers schetst een beeld van de houding van Oranje, Egmont en Horn ten opzichte van Filips' Spaans-Habsburgse monarchie en werpt zo een nieuw licht op het voorspel van de Nederlandse Opstand.


Violet Soen

Violet Soen, Par la voye de pacification et negotiation. Verzet, verzoening en 'vredehandel' tijdens de Nederlandse Opstand (1564-1569)

Katholieke Universiteit Leuven
Vrijdag 10 oktober 2008

 

Leo Adriaenssen

Leo Adriaenssen, Staatsvormend geweld. Overleven in de frontlinies van de meijerij van Den Bosch, 1572-1629.

Universiteit van Tilburg
Vrijdag 26 oktober 2007

 

Erik Swart

Erik Swart, Krijgsvolk. Militaire professionalisering en het ontstaan van het Staatse leger, 1568-1590

Universiteit van Amsterdam
Woensdag 13 september 2006, Aula, Lutherse Kerk, Singel 411, Amsterdam, 10.00 uur precies.

In deze studie naar het landleger van de Nederlandse opstandelingen tegen landsheer Filips II in de eerste twintig jaar van de Opstand, werpt Erik Swart nieuw licht op het succes van de opstandelingen. Anders dan tot dusverre werd aangenomen bezaten de opstandelingen wel degelijk coherente ideeën over oorlogvoering en beschikten ze over een georganiseerde strijdmacht om deze in praktijk te brengen. De troepen van de rebellen zaten middenin een proces van professionalisering, dat al voor de Opstand was begonnen en zich onder Maurits zou voortzetten. Willem van Oranje speelde hierbij een sleutelrol. Hij was een veel bekwamer militair dan historici tot dusverre hebben aangenomen.

 

Griet Vermeesch

Griet Vermeesch, Oorlog, Steden en Staatsvorming. De grenssteden Gorinchem en Doesburg tijdens de geboorte-eeuw van de Republiek (1570-1680)

Universiteit van Amsterdam
Woensdag 13 september 2006, Aula, Lutherse Kerk, Singel 411, Amsterdam, 12.00 

In de zestiende en zeventiende eeuw ontwikkelden de Noordelijke Nederlanden onder druk van de oorlog met de koning van Spanje een eigen leger en een staatsorganisatie. In dit promotieonderzoek wordt de bestuurlijke, fiscale en militaire organisatie van Gorinchem en Doesburg, twee grenssteden van de nieuwe staat, onder de loep genomen. Vooral de grenssteden voelden immers de gevolgen van de oorlog. Op korte termijn moest blijken of de staat voldoende middelen bijeen kon brengen om gevechtskrachten te betalen en de organisatorische capaciteiten bezat om het gedrag van soldaten te beheersen en om vestingwerken aan te leggen. Vermeesch toont aan dat de Republiek meer dan andere staten in deze taken slaagde; zo integreerden de garnizoenssoldaten ook beter in de burgermaatschappij. Dat was mogelijk dankzij de hoge inkomsten uit belastingen en een besluitvorming die op een brede maatschappelijke basis rustte. Dit proces van staatsvorming-van-onderop zorgde ervoor dat de defensie in een sterk staatsbestel geïntegreerd raakte.

 

Christi M. Klinkert

Christi M. Klinkert, Nassau in het nieuws. Nieuwsprenten van Maurits van Nassaus militaire ondernemingen uit de periode 1590-1600.

Vrije Universiteit
9 december 2005, 13.45 uur, VU-hoofdgebouw, aula

De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) is de eerste oorlog waarvan op grote schaal voor een breed publiek verslag werd gedaan. Auteurs grepen de toen recent ontwikkelde drukkunst aan om pamfletten over de strijd te publiceren. Maar ook prentmakers zagen brood in nieuwsvoorziening. Zij vervaardigden nieuwsprenten - berichten waarin, anders dan in pamfletten, een afbeelding centraal staat. Christi M. Klinkert analyseert in Nassau in het nieuws nieuwsprenten die werden uitgebracht ter gelegenheid van innamen, belegeringen en veldslagen. Ze richt zich daarbij speciaal op de verslaggeving over wapenfeiten van Maurits van Nassau - de zoon van Willem van Oranje - uit de periode 1590-1600. In dit werk komen zowel de artistieke en historische als de letterkundige en cartografische aspecten van beeldberichten aan de orde. De auteur legt uit hoe nieuwsprenten tot stand kwamen, hoe het toenmalige publiek ermee omging en hoe de hedendaagse geïnteresseerde ze kan analyseren. Bovendien wordt een groot aantal voorstellingen tot in detail verklaard aan de hand van een veelheid aan contemporaine bronnen, zoals kronieken, geuzenliederen, stadsgezichten en penningen. Het resultaat is een mediageschiedenis van de tien jaren tussen het turfschip van Breda en de slag bij Nieuwpoort. 

 

Bernhard Roosens

Bernhard Roosens, Habsburgse defensiepolitiek en vestingbouw in de Nederlanden (1520-1560)

Universiteit Leiden
Woensdag 25 mei 2005, 16.00 u., Academiegebouw, Rapenburg 73

 

Marianne Roobol

Marianne Roobol, Landszaken : de godsdienstgesprekken tussen gereformeerde predikanten en D.V. Coornhert onder leiding van de Staten van Holland (1577-1583)

Universiteit van Amsterdam,
vrijdag 4 maart 2005, aula oude Lutherse kerk

 

Maarten Hageman

Maarten Hageman, Het kwade exempel van Gelre : De stad Nijmegen, de Beeldenstorm en de Raad van Beroerten, 1566-1568

Radboud Universiteit Nijmegen
24 februari 2005

In 1569 sprak Alva's beruchte Raad van Beroerten (`Bloedraad') een ongekend hard vonnis uit over de Gelderse stad Nijmegen: tientallen inwoners en stadsbestuurders werden als 'ketters' en 'rebellen' voor eeuwig verbannen uit alle landen van de Spaanse koning Filips II, terwijl al hun eigendommen werden geconfiqueerd. Waarom riep Alva deze stad zo hardhandig tot de orde? Voor het antwoorde op deze vraag deed Maarten Hageman intensief onderzoek in de archieven van Gelderse steden en van de Raad van Beroerten. Terwijl de maatschappelijke en godsdienstige tegenstellingen in hoog tempo opliepen, tartte Nijmegen het het gezag van koning Filips II. Kort voor de onlusten van de Beeldenstorm (1566) hadden Nijmegen en vertegenwoordigers van het Compromis der Edelen een Gelders Verbond gesloten tegen inquisitie en plakkaten. Toen Nijmegen vervolgens op 31 augustus 1566 formeel godsdienstvrijheid afkondigde, dreigen diverse Gelderse steden dit 'kwaad exempel' na te volgen. Daarop besloten de autoriteiten in te grijpen en zetten zij Nijmeegse gilden en broederschappen tegen het eigen stadsbestuur op. Speciale onderzoekscommissarissen van de Raad van Beroerten reisden naar Nijmegen af af om de ongehoorzame stad te straffen. Hun machinaties worden in dit boek op de voet gevolgd. Het blijkt dat de 'Bloedraad' handig gebruik maakte van het bestaande recht. Plaatselijke en gewestelijke rechtsinstanties werkten echter gehoorzaam mee. Hagemans onderzoek levert een fascinerend relaas op over de autonome Vrije Rijksstad Nijmegen. Het traditionele 'zwart-witbeeld' van willekeurige Spaanse rechters blijkt bepaald niet overeen te stemmen met de 'grijze' werkelijkheid van de Tachtigjarige Oorlog.
 

Geert Janssen

Geert Janssen, Creaturen van de macht : Cliëntelisme bij Willem Frederik van Nassau (1613-1664)

Universiteit Leiden,
woensdag 2 februari 2005, Senaatskamer Academiegebouw, Rapenburg 73

 

Yolanda Rodríguez Pérez

Yolanda Rodríguez Pérez, De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen. De Nederlanden in Spaanse historische en literaire teksten (circa 1548-1673) 

Universiteit Utrecht
vrijdag 23 mei 2003, 16.15 uur, in de Senaatszaal van het Academiegebouw, Domplein 29.

Historische en literaire werken bieden een schat aan informatie over de Spaanse visie op de - ook voor Spanje zo belangrijke - strijd in de Nederlanden ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog. Daarin bonden dappere Spaanse soldaten namelijk de strijd aan tegen de in hun ogen hardnekkige en hoogmoedige ketters en rebellen. Gedurende vele jaren zou de oorlog in het kouden noorden een vast element vormen in het leven van de Spanjaarden van de Gouden Eeuw.
    In De Tachtigjarige Oorlog in Spaanse ogen gaat Yolanda Rodríguez Pérez op zoek naar het beeld dat de Spanjaarden van de Nederlanden en hun bewoners hadden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zo leren we bijvoorbeeld dat Willem van Oranje gevangen werd genomen door een zwarte Spaanse slaaf die zijn dapperheid wilde bewijzen. Dat de hertog van Alva een zorgzame vader was en Willem van Oranje een wellustige tiran. En dat Nederlandse zuigelingen wijn en bier dronken uit een borstvormige kalebas alsof het melk was.
    Deze voorstellingen zijn onlosmakelijk verbonden met het beeld dat de Spanjaarden van zichzelf construeerden als deelnemers aan dit conflict. We volgen de ontwikkelingen in de beeldvorming vanaf de vooravond van de oorlog tot enkele decennia na de Vrede van Munster. Er is sprake van de opbouw van een vijandbeeld dat na het bereiken van een hoogtepunt tussen 1621 en 1648 weer langzamerhand vervaagt. 
    Met behulp van een rijke verzameling bronnen, oorlogskronieken en toneelstukken, maar ook vlugschriften, gedichten, geschiedwerken en prozageschriften, maakt Rodríguez Pérez duidelijk met welke ogen de Spanjaarden gedurende de Tachtigjarige Oorlog naar de Nederlanden keken. 

Yolanda Rodríguez Pérez (Madrid 1967) was verbonden aan het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Cultuur van de Universiteit Utrecht. Zij is tegenwoordig aan deze universiteit werkzaam bij het Instituut Vreemde Talen. Zij is lid van de redactie van de website over de Tachtigjarige Oorlog die u nu aan het bekijken bent.  

 

Mirjam van Veen

Mirjam G.K. van Veen, ‘Verschooninghe van de roomsche afgoderye’. Calvijns polemiek met nicodemieten, in het bijzonder met Coornhert, ’t Goy-Houten 2001.  

‘Verschooninghe van de roomsche afgoderye’ bestaat uit twee delen. In het eerste deel staat het Franse nicodemisme centraal, in het tweede het Nederlandse. In het eerste deel staat Van Veen uitgebreid stil bij Calvijns bezwaren tegen deze groep mensen die hij verweet evenals Nicodemus hun ware -protestantse- geloof verborgen te houden. Zij vergelijkt Calvijns bezwaren tegen deze mensen met bezwaren van andere protestantse voormannen tegen hen. Duidelijk wordt dat Calvijn weliswaar radicaal was in zijn afwijzing van hun handelwijze, maar dat deze radicaliteit werd gedeeld door anderen. In Frankrijk bestond bovendien, naast kritiek, ook draagvlak voor Calvijns voortdurende oproepen om koste wat het kost pal te staan voor de -protestantse- waarheid.
   
In het tweede deel van de ‘Verschooninghe van de roomsche afgoderye’ is een overzicht opgenomen van de polemiek in de Lage Landen over het nicodemisme. Duidelijk wordt dat in de Lage Landen nicodemisme verbonden was met spiritualisme. In de spiritualistische gedachtewereld was de kerk met haar zichtbare ceremoniën van secundair belang, zodat het onzinnig was voor een zichtbare kerk een mensenleven op het spel te zetten. Exponent van dit Nederlandse nicodemisme was Dirk Volckertsz Coornhert. Zijn principiële verdediging van het nicodemisme en zijn bittere verwijten aan het adres van Calvijn, vormden de opmaat voor een korte, maar heftige polemiek tussen beide mannen. Aan deze polemiek wordt in de ‘Verschooninghe van de roomsche afgoderye’ ruime aandacht besteed.

Coornherts traktaat tegen Calvijn is als appendix in het boek opgenomen.  
(Amsterdam, Vrije Universiteit, december 2001)

Andrew Sawyer

Pictures, Power and the Polity. A Vision of the Political Images of the Early Dutch Republic (1588-1630)

Chronologisch sluit deze belangrijke studie aan bij de hieronder genoemde studie van Daniel Horst, maar de methodologie van Saweyer is geheel anders. Zoals normaal in Engeland is wordt het proefschrift niet uitgegeven maar men kan het via het uitleensysteem raadplegen. 
(University of Southampton)

J.A. Vilar Sánchez 

Kerpen y Lommersum, exclaves brabanzones y la Monarquía Hispánica, siglos XVI-XVII

J.A. Vilar Sánchez, licentiaat in Nieuwe Geschiedenis aan de Universiteit te Granada, is de eerste historicus die een studie wijdt aan oud-Nederlandse territoria buiten de landsgrenzen. Zijn proefschrift behandelt Kerpen en Lommersum, die, gelegen buiten de landsgrenzen tussen Gulik en Keulen, net als Brabant in de 16de en 17de eeuw behoorden tot de “samengestelde monarchie” van de Spanjen. Beide dépendances hadden, behalve diverse eigen rechtsgewoonten, een bijzondere staatsrechtelijke en institutionele positie binnen de Nederlandse staat. Zij speelden vooral tijdens de Nederlandse Opstand als logistiek bolwerk en als spionagecentrum een fundamentele rol in de politiek-militaire strategie van Spanje in het Rijnland. Kerpen was overigens vanouds van wezenlijk belang voor de verdediging van de oude Brabantse handelsroute die de stad Keulen via Düren, Aken en Maastricht met Brussel verbond.  
(Nijmegen, 30 oktober 2000)

 

Daniel R. Horst

De Opstand in zwart-wit. Propagandaprenten uit de Nederlandse Opstand 1566-1584

De Opstand wordt beschreven als een `papieren oorlog' vanwege de vele pamfletten en prenten die in die periode werden gemaakt. In tegenstelling tot de pamfletten speelt het ideaal van de vrijheid geen essentiële rol in de propagandaprenten. Weliswaar is in sommige oudere voorstellingen het ontbreken van vrijheid een belangrijk thema, maar het streven naar politieke of religieuze vrijheid of het herstel van oude vrijheden wordt nergens duidelijk in beeld of woord tot uitdrukking gebracht. Begrippen die verwant zijn aan vrijheid, die vrijheid mogelijk maken of die enkel bestaan als vrijheid heerst, vormen belangrijker thema's. Hierbij moet worden gedacht aan begrippen als Vrede, Eendracht, Welvaart, Deugdzaamheid en Vroomheid.
(Amsterdam, Vrije Universiteit, 17 oktober 2000)

Last Modified: 19-11-2012 11:55