Navigate Up
Sign In
Leiden University

 

Unie van Utrecht


20 januari 1579

Vindplaats: Overgenomen uit: A.S. de Blécourt, N. Japikse ed., Klein plakkaatboek van Nederland. Verzameling van ordonnantiën en plakkaten betreffende regeeringsvorm, kerk en rechtspraak (14e eeuw tot 1749) (Groningen/Den Haag 1919) nr. XIX, p. 120-125, die het overgenomen hadden uit: Robert Fruin, H.T. Colenbrander, Geschiedenis der staatsinstellingen, blz. 366 vlg. De beide aanvullingen waren door De Blécourt en Japikse ontleend aan het Groot Placcaetboek van Holland en Zeeland, deel I, 17-18.

Voor een editie in hedendaags Nederlands, zie: Geboortepapieren van Nederland : de Unie van Utrecht, de Apologie van Willem van Oranje en het Plakkaat van verlating in het hedendaags Nederlands / ingeleid en geduid door Coos Huijsen en Geerten Waling ; vertaling in hedendaags Nederlands door: P. Jobse, J.E. Verlaan, H. van Cuijlenborg ; samenstelling: Arendo Joustra ; redactie: José Bernard ; register: Lennaert Lubberding ; voorwoord: James Kennedy ; nawoord: Martin Berendse. - Eerste druk. - Amsterdam : Elsevier Boeken, maart 2014. - 224 pagina's : illustraties ; 21 cm. - (Elseviers politieke bibliotheek ; deel 12). Met register.
ISBN 978-90-352-5146-5 (gebonden)
 


I. Ende eerst, dat die voorsz. provincien sich met den anderen verbynden, confedereren ende vereenyghen sullen, gelijck si hem verbynden, confedereren ende vereenyghen mits desen, ten ewygen daeghen by den anderen te blijven in alle forme ende maniere als off siluyden maer een provincie waeren, sonder dat deselve hem tenyger tijde van den anderen sullen scheyden, laeten scheyden ofte separeren bij testamente, codicille, donatie, cessie, wisselinghe, vercopinghe, tractaeten van peys, van huwelick noch om geen anderen oorzaecken, hoe dat het gebeuren soude moegen, onvermindert nochtans een ygelick provincien ende die particulier steden, leden ende ingesetenen van dyen haerluyden spetiaele ende particuliere privilegien, vrijheyden, exemptien, rechten, statuten, loffelicke ende welheergebrochte costumen, usantien ende allen anderen haerluyden gerechticheyden, waerinne siluyden den anderen nyet alleen geen prejudicie, hynder ofte letsel doen sullen, maer sullen den anderen daerinne met alle behoirlicke ende moegelicke middelen, ja met lijff en goet (ist noot) helpen handthouden, stijven ende stercken ende oick beschudden ende beschermen tegens allen ende een ygelick, wie ende hoedanich die souden moegen wezen, die hem daerinne enich datelicke imbreecke soude willen doen, welverstaende dat die questie, die enyge van den voorsz. provincien, leden ofte steden van dese Unie wesende, met den anderen hebben ofte naemaels souden moegen crijgen nopende haerluyden particulier ende spetiael privilegien, vrijheyden, exemptien, rechten, statuten, loffelicke ende welheergebrachte costumen, usantien ende anderen haerluyden gerechticheyden, dat dselve by ordinaris justicie, arbiters oft minlick accort beslicht sullen worden, sonder dat dandere landen ofte provincien, steden ofte leden van dyen (soe lange sich beyde partien het recht submitteren) hem des sullen hebben te moyen, ten waere hem gelieffden te intercederen tot accordt. 

II. Item dat die voorsz. provincien in conformiteyt ende tot voltrecking van de voorsz. enicheydt ende verbant gehouden sullen wesen malcanderen met lijff, goet ende bloet by te staen jegens alle fortsen ende gewelden die hem yemant souden moegen aendoen uyt ende onder dexel van den naem van de Co. Ma. ofte van sinentwegen, het waere ter cause van[t] tractaet van peys tot Ghendt gemaeckt, van dat si die wapenen tegens Don Johan d'Austrice aengenoemen, den Eertshertoge Matthias tot gouverneur ontfangen hebben, met alle tghene datter aencleeft, van dependeert, ofte uyt gevolcht es ofte uyt volgen sal moegen, al waert oick onder coleur alleene van de catholicque Roomsche religie met wapenen te willen restablisseren, restaureren ofte invoeren ofte oick van enyge nyuwicheyden ofte alteratien, die binnen enyge van de voorsz. provincien, steden ofte leden van dien sedert den jaere 1558 gebeurt sijn ofte oick ter cause van dese jegenwoirdige Unie ende confederatie ofte andere diergelycke oorsaecke, ende dit soe wel in gevalle men die voorsz. fortsen ende gewelden souden willen gebruycken op een van de voorsz. provincien, staten, steden ofte leden van dien alleen, als op alle int generael.

III. Dat die voorsz. provincien oick gehouden sullen wesen in gelycke maniere malcanderen te assisteren ende helpen defenderen jegens alle uytheemsche ende inheemsche heeren, vorsten ofte princen, landen, provincien, steden ofte leden van dien, die hem int generael ofte particulier enyge fortsen, gewelden ofte ongelijck souden willen aendoen ofte oorloge maecken, beheltelick dat die assistentie bij de generaliteyt van dese Unie gedecerneert sal worden met kennisse ende naer gelegentheyt van der saecke. 

IV. Item ende omme die voorsz. provincien, steden ende leden van dien bat jegens alle macht te moegen verseeckeren, dat die frontiersteden, ende oick andere daer men des van noode vynden sal, tsi van wat provincien die sijn, by advys ende ter ordonnantie van deze geunieerde provincien sullen vast gemaeckt ende gesterkt worden tot costen van de steden ende provincien, daerinne die gelegen sijn, mits hebbende daertoe assistentie van de generaliteyt voor deen helft; beheltelick dat soe verre by de voorsz. provincien raedtsaem bevonden wordt eenyge nyuwe forten ofte sterckten in enyge van de voorsz. provincien te leggen ofte die nu leggen te veranderen ofte aff te werpen, dat die costen daartoe van node by alle die voorsz. provincien int generael gedraegen sullen worden.

V. Ende omme te versien tot die costen, die men van noode hebben sal in gevalle als boeven tot defentie van de voorsz. provincien, es overcommen, dat in alle voorsz. geunieerde provincien eenpaerlick ende op eenen voet tot gemeen defentie derselver provincien opgestelt, gehewen ende openbaerlick den meest daervoor biedende van drie maenden tot drie maenden ofte eenyge andere bequaeme tijden verpacht oft gecollecteert sullen worden allomme binnen die voorsz. geunieerde provincien, steden ende leden van dien, seeckere imposten op alderhande wijnen, binnen ende buyten gebrouwen bieren, op het gemael vant coorn ende greynen, opt sout, goude, sylveren, sijde ende wolle lakenen, op de horenbeesten ende besayde landen, op de beesten, die geslacht worden, paerden, ossen, die vercoft ofte verpangelt worden, op de goeden, ter waege commende, ende sulcke andere als men naemaels by gemeen advys ende consent ghoet vinden sal, ende dat achtervolgende dordonnantie, die men daerop concipieren ende maeken sal; - dat men oick hiertoe employeren sal den incoemen van de domeynen van de Co. Ma., die lasten daerop staende afgetoegen. 

VI. Welcke middelen bij gemeen advyse verhoecht ende verleecht sullen worden, naedat de noot ende gelegentheyt van der saecke vereyschen sal, ende alleenlicken verstreckt tot die gemeene defentie, ende tot het ghene die generaliteyt gehauden sal wesen te dragen, zonder dat dieselve middelen tot enyge andere saecken sullen mogen worden bekeert.

VII. Dat die voorsz. frontiersteden ende oick andere als den noot vereyschen sal, tallen tijden gehauden sullen wesen te ontfangen alsulcke garnisoenen, als dieselve geunieerde provincien goet vynden ende hemluyden by advys van den gouverneur van de provincie, daer het garnisoen geleyt sal worden, ordonneren sullen, sonder dat sie des sullen mogen weygeren; welverstaende dat die voorsz. garnisoenen by de voorsz. geunieerde provincien betaelt sullen worden van haerluyden soldie ende dat die cappiteynen ende soldaeten boeven den generalen eedt particulierlick die stadt ofte steden ende provincie, daerinne die geleyt sullen worden, eedt doen sullen, ende dat tselve te dien eynde in haerluyden artyckelbrieff gestelt sal worden. Dat men oick alsulcke ordre stellen ende discipline onder den soldaeten hauden sal, dat die borgers ende inwoenders van de steden ende platte landen, soe wel gheestelick als weerlick, daerby boeven die redenen nyet bezwaert worden noch enyge overlast lijden sullen. Ende en sullen die voorsz. garnisoenen van gheene excys ofte imposten meerder exempt wezen als die borgers ende inwoenders van de plaetse, daer die geleyt sullen worden, mits dat oick denselven borgers ende inwoenders bij de generalteyt logysgelt verstreckt sal worden, gelijck tot noch toe in Holland gebruyckt is.

VIII. Ende ten eynde men tallen tijden sal moegen geassisteert wezen van de inwoenders van de landen, sullen dingesetenen van elcke van dese geunieerden provincien, steden ende platte landen binnen den tijt van een maendt naer date van desen ten langsten gemonstert ende opgescreven worden, te weten die gheene, die sijn tusschen achthien ende tzestich jaeren, om, die hoeffden ende tgetal van dien geweten sijnde, daernaer ter eerster tsamencompste van dese bontgenoten vorder geordonneert te worden als tot die meeste bescherminge ende verseeckerheydt van dese geunieerde landen bevonden sal worden te dienen.

IX. Item en zal men geen accoordt van bestant oft peys maecken, noch oorloge aenveerden, noch enyge imposten ofte contributie instellen, die generaliteit van desen verbande aengaende, dan met gemeen advys ende consent van de voorsz. provincien, maer in andere saecken, tbeleet van deze confederatie ende tghene daervan dependeert ende uyt volgen sal aengaende, sal men hem regulieren naer tghene geadviseert ende gesloten sal worden bij de meeste stemmen van de provincien, in desen verbonde begrepen, die gecolligeert sullen worden, sulcx als men tot noch toe in de generaliteyt van de Staten heeft gebruyckt, ende dit by provisie, tot dat anders sal worden geordonneert by gemeen advies van dese bontgenoten, beheltelick dat, oft gebeurden, dat die provincien in saecken van bestant, peys, oorloge ofte contributie met den anderen nyet accorderen en conden, sal het geschil gerefereert ende gesubmitteert worden by provisie aen de heeren stadtholders van de voorsz. geunieerde provincien, nu ter tijt wesende, die het voorsz. geschil tusschen parthyen sullen vergelijcken ofte daervan uytspreecken, sulx als siluyden bevynden sullen in de billicheyt te behoeren, welverstaende indien dieselve heeren stadtholders daerinne nyet en souden connen verdraegen, sullen tot hemluyden nemen ende verkiesen alsulcke onpartige assesseurs ende adjoincten als hemluyden goet duncken sal, ende sullen parthyen gehouden wezen naer te commen tghene by de voorsz. heeren stadholders in manieren als boeven uytgesproecken sal wezen.

X. Dat geen van dese voorsz. provincien, steden ofte leden van dyen enyge confederatien ofte verbonden met enyge naerbuerheeren ofte landen sullen moegen maecken sonder consent van dese geunieerde provincien ende bontgenoten.

XI. Des es overcommen, dat, soe verre enyge naebuerfursten, heeren, landen ofte steden sich met dese voorsz. provincien begeerden te unieren ende hun in dese confederatie te begeven, dat si daertoe by gemeen advyse ende consent van dese provincien ontfangen sullen moegen worden.

XII. Ende dat die voorsz. provincien gehauden sullen sijn met den anderen te conformeren int stuck van der munte, te weten in den cours van de gelden, naer uytwisen sulcker ordonnantien als men daerop metten yersten maecken sal, dwelcke deen sonder dander nyet en sal moegen veranderen.

XIII. Ende soeveel tpoinct van der religie aengaet, sullen hem die van Hollant ende Zelant draegen naer haerluyden goetduncken ende dandre provincien van dese Unie sullen hem moegen reguleren naer inhoudt van de religionsvrede, by den eerstshertoge Mathias, gouverneur ende cappiteyn generael van dese landen, met die van sinen Rayde by advis van de Generael Staten alrede geconcipieert, ofte daerinne generalick oft particulierlick alsulcke ordre stellen als si tot rust ende welvaert van de provincien, steden ende particulier leden van dyen ende conservatie van een ygelick, gheestelick ende weerlick, sijn goet ende gerechtigcheyt doennelick vynden sullen, sonder dat hem hierinne by enyge andere provincien enich hynder ofte belet gedaen sal moegen worden, mits dat een yder particulier in sijn religie vrij sal moegen blijven ende dat men nyemant ter cause van de religie sal moegen achterhaelen ofte ondersoucken, volgende die voorsz. pacificatie tot Ghendt gemaeckt.

XIV. Item sal men allen conventualen ende die van de gheestelicheyt volgende die pacificatie laeten volgen hun goeden, die si in enyge van dese geunieerde provincien reciproquelick leggende hebben, mits dat, indien enyge geestelicke personen uyt die provincien, die geduerende doorloge tusschen die landen van Hollandt ende Zelandt jegens die Spaengaerden stonden onder tgebiet van denselven Spaengaerden, hem begeeven hadden uyt enyge cloosteren ofte collegien onder tgebiet van die van Hollandt ofte Zelandt, dat men die by hun conventen ofte collegien sal doen versien van behoirlijcke alimentatie ende onderhoudt hun leven geduerende, als oick gedaen sal worden denghenen, die uyt Hollant ende Zeelandt in enyge van de andere provincien van dese Unie vertoegen ende hem onthoudende sijn.

XV. Dat mede denghenen, die in enyge cloosteren ofte gheestelicke collegien van dese geunieerde landen sijn ofte geweest hebben ende diezelve uyt zaecke van die religie ofte andere redelicke oorsaecke begeren te verlaeten ofte verlaeten hebben, uyten incompst van haeren conventen ofte collegien haer leven lange geduerende behoirlicke alimentatie sal worden verstreckt naer gelegentheyt van de goeden, welverstaende dat die naer date van desen hem in enyge cloosteren sullen begeven ende dselve wederomme verlaeten, egeen alimentatie verstreckt sal worden, maer sullen tot haeren behouve naer hem moegen nemen tgheene si daerinne gebrocht hebben; dat oick dieghene, die jegenwoirdelick in de conventen ofte collegien sijn ofte naemaels commen sullen, hebben sullen vrijheyt ende liberteyt van religie ende oick van clederen ende habyt, beheltelijk dat siluyden den overste van den convente in allen anderen saeken onderdanich sullen sijn.

XVI. Ende oft gebeurden (dat God verhoeden moet), dat tusschen die voorsz. provincien enich onverstant, twist ofte tweedracht geviele, daerinne siluyden den anderen nyet en conden verstaen, dat tselve, soeverre het enyge van de provincien in tparticulier aengaet, ter neder geleyt ende beslicht sal worden bij den anderen provincien off denghenen, die si daertoe deputeren sullen, ende, soeverre die saecke alle die provincien int generael aengaet, by de heeren stadtholders van de provincien in manieren, boeven in tnegende articul verhaelt, dewelcke gehouden sullen sijn parthyen recht te doen ofte vergelijcken binnen een maent ofte corter, soeverre die noot van der saecke sulx uyteyscht, naer interpellatie ofte versouck, bij deen ofte dandere parthye daertoe gedaen; ende wes bij die voorsz. anderen provincien ofte haerluyden gedeputeerden ofte dvoorsz. heeren stadtholders alsoe uytgesproecken wordt, sal aengegaen ende achtervolcht worden, sonder dat daervan wijder beroep ofte andere provisie van rechten, tsi van appel, relieff, revisie, nulliteyt ofte enyge andere querelle, hoedanich die souden moegen wezen, versocht sal moegen worden.

XVII. Dat die voorsz. provincien, steden ende leden van dien hem wachten sullen van uytheemsche fursten, heeren, landen ofte steden enyge occasie te geven van oorloge, ende sulcx, om alle alsulscke occasien te vermijden, sullen die voorsz. provincien, steden ende leden van dyen gehouden wezen soewel den uytheemschen als ingesetenen van den voorsz. provincien te administreren goet recht ende justicie; ende soeverre yemant van hem daervan in gebreecke blijft, sullen die andere bontgenoten die hant holden, by alle behoirlicke wegen ende middelen, dat sulcx gedaen sal worden ende dat alle abusen, daerdoor sulcx belet ende die justicie deur verachtert soude moegen worden, gecorrigeert ende gereformeert sullen worden als naer rechten en vermoegens een yder sijn privilegien, loffelicke ende welheergebrachte costumen.

XVIII. Item en zal deene van de geunieerde provincien, steden ofte leden van dyen tot laste en prejudicie van dandere ende sonder gemeen consent geen imposten, convoygelden, noch andere diergelijcke lasten moegen opstellen, noch enijge van deze bontgenoten hoeger mogen bezwaeren dan hun eygen ingesetenen.

XIX. Item omme jegens alle opcoemende saecken ende zwaricheyden te versien, sullen die bontgenoten gehouden wezen op de bescrivinge van denghenen, die daertoe geauthoriseert sullen sijn, binnen Utrecht te compareren tot sulken daege als hem aangescreven sal wesen omme op de voorsz. saecke ende zwaricheyden, die men in de brieven van bescrivinge sal exprimeren, soe verre des moegelick es ende die zaecke nyet secreet en dient gehouden te wesen, by gemeen advys ende consent ofte by de meeste stemmen in manieren voorsz. gedelibereert ende geresolveert te worden, al waert oick enyge nyet en compareerden, in welcken gevalle sullen dandere, die verschijnen sullen, evenwel moegen procederen tot sluytinge van tghene si bevynden sullen tot het gemeen beste van dese geunieerde landen ende provincien te dienen. Ende sal tghene alsoe gesloten es, onderhouden worden oick bij deghenen, die nyet gecompareert sullen wezen, tenware die saecken seer wichtich waeren ende enich vertreck mochten lijden, in welcken gevalle men denghenen, die nyet gecompareert en sullen sijn, andermael bescriven sal omme te compareren op seeckere anderen daege opt verbeuren van haerluyden stemme voor die reyse, ende wes alsdan by deghenen die present sijn gesloten wordt, sal bundich sijn ende van weerden gehouden worden nyet jegenstaende d'absentie van enyge van dandere provincien, beheltelick dat die nyet gelegen en sal sijn te compareren, haerluyden opinie scriftelick over sullen moegen seynden omme daerop int collecteren van der stemmen sulcke regardt genoemen te worden alst behoort.

XX. Item teneynde voorsz. sullen allen ende een yder van de voorsz. bontgenoten gehouden sijn alle saecken, die hem opcoemen ende voorvallen sullen ende daeraen si hem sullen laeten duncken tgemeen, wel ofte qualick vaeren van dese geunieerde landen ende bontgenoten gelegen te zijn, denghenen, die tot die bescrivinge geautoriseert sullen sijn, over te scrijven omme by deselve daerop dandere provincien bescreven te worden in manieren voorsz.

XXI. Ende soeverre enyge donckerheyt oft twijfelachticheyt in desen bevonden worden, daeruyt enyge questie ofte dispute mochten verrijsen, sal dinterpretatie van dien staen in tseggen van dese bontgenoten, die daerop by gemeen advys ende consent ordonneren sullen, sulcx si bevynden sullen te behoeren, ende soeverre siluyden daerinne nyet en conden accorderen, sullen haer recours nemen tot de heeren stadtholders van de provincien in de forme boeven verhaelt.

XXII. Insgelijcx soeverre bevonden worden van noode te sijn darticulen van dese Unie, confederatie ofte verbont in enyge poincten ofte articulen te vermeerderen ofte veranderen, sal tselve oick gedaen worden by gemeen advys ende consent van de voorsz. bontgenoten, ende anders nyet.

XXIII. Alle welcke poincten ende articulen ende een yder van dyen byzonder die voorsz. geunieerde provincien belooft hebben ende beloeven mits desen naer te gaen ende te achtervolgen, doen naergaen ende achtervolgen, sonder daer jegens te doen, doen doen, noch gedoegen gedaen te worden directelick oft indirectelick in enyger wijs ofte manieren. Ende zoeverre yetwes by yemande ter contrarie gedaen ofte geattenteert worde, tzelve verclaren siluyden van nu alsdan nul, egeen ende van onweerden, daeronder si verbynden haerluyden ende alle dingesetenen van haerluyden provincien, steden ende leden van dien persoonen ende goeden, omme deselve, ingevalle van contraventie, voor tonderhoudt van desen met tghene daervan dependeert, gearresteert, gehouden ende becommert te moegen worden tallen plaetsen ende by allen heeren, rechteren ende gerechten, daer men die sal connen ofte moegen becommen, ende vertyen te dien eynde van alle exceptien, gratien, privilegien, relevamenten ende generalick van allen anderen beneficien van rechten, die hemluyden enichsins ter contrarie van desen souden moegen dienen, ende bysonder [van] den rechten, seggende generael renuntiatie geen plaets te hebben, daer [en] si eerst spetiael voorgegaen.

XXIV. Ende tot meerder vasticheyt sullen die heere stadtholders van de voorsz. provincien, die nu sijn ofte naemaels commen sullen, mitsgaders alle die magistraten ende hooftofficiers van ygelick provincie, stadt ofte leden van dyen dese Unie ende confederatie ende een yder articul van dyen int byzonder by eede moeten beloeven naer te zullen gaen ende onderhouden, doen naeghaen ende onderhouden.

XXV. Insgelijkcx sullen dselve by eede moeten beloeven te onderhouden alle schutteryen, broederschappen ende collegien, die in enyge steden ofte vlecken van dese Unie sijn.
XXVI. Ende sullen hiervan gemaeckt worden brieven in behoirlicke forme, die by de heeren stadtholders ende die voornaempste leden ende steden van de provincien, daertoe spetialick by den anderen gerequireert ende versocht sijnde, besegelt ende by haerluyden respective secretarissen onderteyckent sullen worden.
[ondertekeningen]
 

Verklaringe van 't 13. Artikel. Alsoo eenige schijnen swarigheyt te maecken op t' 13. artikel van de Unie, den 23 deser maendt gesloten tusschen die gedeputeerde van den lande van Geldre ende Zutphen, Hollandt, Zeelandt, Utrecht ende Ommelanden tusschen die Eems ende Lauwers, alsof die meyninge ende intentie ware gheweest niemandt in deselve Unie te ontfangen dan diegenen die der Religions vrede by de Eertz-hertoge van Oostenrijck ende Rade van Staten neffens hem by advijs van de Generale Staten gheconcipieert is, oft ten minsten die beyde die religien, te weten die Catholijcke Roomsche ende Ghereformeerde souden toelaten, soo ist, dat die voorschreven gedeputeerden, die over die voorschreven Unie gestaen ende deselve ghesloten hebben, omme alle misverstant ende wantrouwe wech te nemen, by desen wel hebben willen verklaren haer-lieder meyninge ende intentie niet gheweest te zijn noch als noch te wesen eenige steden ofte provincien, die sich aen de voorschreve Catholijcke Roomsche Rligie alleene sullen willen houden, ende daer 't gehtal van de inwoonderen derselver van de Gereformeerde religie soo groot niet en is dat sy vermogens die voorsz. Religions-vrede, het exercitie van de Gereformeerde religie souden mogen genieten van de voorsz. Unie ende verbintenisse uyt te willen sluyten, nemaer dat sy des niettegenstaende bereydt sullen wesen alsulcke steden ende provincien, die sich alleen aen de voorschreve Roomsche religie sullen willen houden, in dese Unie te ontfangen, by sooverre sy sich anders in de andere poincten ende articulen van de voorschreve Unie souden willen verbinden ende als goede patrioten dragen, soo die meyninge niet en is, dat d'een provincie oft stadt hem 't feyt van d'andere in 't poinct van de religie sal onderwinden, ende dit om te meerder vrede ende eendracht tusschen die provincien te houden ende die principaelste occassie van twist ende tweedracht te vermyden ende wech te nemen. Aldus ghedaen t'Utrecht den 1 February 1579.
Ampliatie van 't 15. Artikel. Alsoo hiervooren in 't artikel voorsien is tot alimentatie ende onderhoudt van de geestelicke persoonen, die geweest zijn in eenige conventen ofte collegien ende hun daeruyt ter cause van de religie ofte andere redelijcke oorsaecke begeven hebben ofte namaels begeven sullen, ende dat seer te beduchten is dat ter oorsaecken van dien eenige processen souden mogen verrysen, gelijck sy verstaen dat alreede verresen zijn uyt saecke dat alsulcke persoonen sullen willen, pretenderen gherechtight te zijn in de successie van de goederen van hun ouders, broederen, susteren ende anderen vrienden ofte magen metter doodt achterghelaten, ofte noch achter te laten, ende oock dieghene die sylieden in hun leven by tytel van gifte, transporte, ofte eenige andere souden mogen overdragen, gheallieneert, ofte oock naer hun doodt verseeckert hebben, soo ist, dat die voorsz. bondtgenooten, om dieselve processen ende die swarigheden die daeruyt souden mogen opstaen, te verhoeden, goetghevonden hebben alle die processen, die ter cause voorsz. alreede gheinstitueert zijn ende noch namaels gheinstitueert sullen mogen worden, te suspenderen in state ende surseancie te houden, ter tijdt toe anders by de voorsz. bondtgenooten ende andere, die hen in dese eenigheyt ende verbande sullen mogen begeven, generalick daerop (oock by d'authoriteyt van d'overheyt is 't noot) geordonneert ende verklaringe gedaen sal zijn. Aldus gedaen by de voorsz. gedeputeerden opten 1 Februarii 1579. Ende was geteyckent Lamzweerde.

Last Modified: 5-7-2014 11:00